Hoe herken je een buurtbemiddelaar (m/v)?

14-12-2016

Het regent zachtjes en het is al bijna donker. Karin en Leon, twee buurtbemiddelaars, staan ineengedoken in hun regenjas voor de ingang van een hoge flat. Ze wachten tot de voordeur openspringt. Ze komen het verhaal horen van één van de bewoners; iemand die last heeft van de bovenburen.

Kun je zien dat Karin en Leon buurtbemiddelaars zijn? Hebben ze misschien een aktetas met formulieren bij zich, een opnameapparaatje of een koffertje met meetinstrumenten? Nee, dat ze buurtbemiddelaar zijn, dat merk je pas als je ze bezig ziet. Hoe herken je een buurtbemiddelaar?

Belangstellend

Meneer A. wacht Karin en Leon op in de deuropening, aan het eind van de galerij. Komt u binnen. Nee, die natte jassen kunnen gewoon aan de kapstok hoor. Kopje koffie? Ondertussen legt Karin uit hoe ze werken. Als meneer A. eindelijk op de bank zit, zegt hij: “Eerlijk gezegd heb ik er helemaal geen vertrouwen meer in dat het opgelost wordt. Die overlast duurt al zo lang! En ik heb alles al geprobeerd”.

“Kunt u in het kort vertellen wat er aan de hand is?”. Daarna vertelt meneer A. de hoofdlijnen van zijn treurige geschiedenis. Af en toe vragen Karin of Leon om wat verduidelijking. Meneer A. hoort de bovenburen bijna dagelijks dansen en springen, met de deuren slaan, op hakken heen en weer lopen, met een bal stuiteren, harde muziek draaien. Ook ’s avonds na 22.30 uur. Meneer A. ergert zich groen en geel. En hij kan er niet van slapen, terwijl hij ’s ochtends wel om 6 uur de deur uit moet naar zijn werk in de bouw. Vriendelijk vragen of het zachter kan, de politie bellen, de woningbouwvereniging inschakelen: niets helpt.

Niet oordelend, open

Karin wil wat meer weten over het contact van meneer A. met de bovenburen. Gaat meneer A. altijd direct naar boven als hij herrie hoort? En wat is dan zijn stemming? Boos en verontwaardigd, zegt u? “De laatste keer heb ik me een beetje laten gaan”, bekent meneer A. terwijl hij naar de vloer kijkt. “B. ontkende de herrie. Daar werd ik zo kwaad van! Er stonden bij B. schoenen op de mat, voor de deur. Ik pakte een schoen en sloeg daarmee naar B. Ik raakte hem op zijn borst. En toen belde zijn vrouw de politie”. Meneer A. kijkt Karin en Leon om beurten aan. “Nu denken jullie zeker: zó! Die is ook gestoord!”. Maar Leon zegt geruststellend: “Wij zijn niet van de woningbouwvereniging en ook niet van de politie. Wij hebben geen oordeel over wat er gebeurd is. Wat we wel horen, is dat het u soms teveel wordt en dat bij u dan even het licht uitgaat”.

Optimistisch

Hoe zou het zijn om over de herrie te praten in een rustig gesprek? Niet bij de voordeur van de buurman, maar ergens op een neutrale plek, onder leiding van de bemiddelaars. Hoe schat u de kans in dat de buurman dan wel luistert?

Ja, misschien werkt dat wel beter, denkt meneer A. Bovendien: voordat hij het helemaal opgeeft, wil hij alles geprobeerd hebben. Meneer A. klinkt weer wat minder hopeloos, wat strijdbaarder. “Stel dat een bemiddelingsgesprek met B. een klein kansje biedt op een verbetering van de situatie, hoe denkt u dan over een gesprek?”, vraagt Karin. “Tsja…”. Dat klinkt alsof er een openingetje ontstaat. “En hoe zou het zijn als u na het gesprek weer wat beter kunt slapen?”. Het antwoord is helder. Dan is het de moeite waard om het te proberen. “Oké, ik doe het”, zegt meneer A. ineens vastbesloten.

Zorgvuldig

Karin en Leon bellen na het gesprek met meneer A. een verdieping hoger aan bij de familie B. Mevrouw B. laat hen niet binnen, maar doet in elk geval niet onmiddellijk de deur weer dicht. “U bent van buurtbemiddeling? Wie heeft u hier naartoe gestuurd? Meneer A. van beneden zeker? Wat zei ie?”. Leon legt uit dat ze met meneer A. hebben gesproken en zijn verhaal hebben gehoord. Nu komen ze om te horen hoe de familie B. de situatie ziet. Mevrouw B. antwoordt kribbig: “Ja, meneer A. komt hier regelmatig klagen. En omdat hij zijn zin niet krijgt, stookt hij de hele galerij tegen ons op. Volgens hem zijn wij asocialen en horen we niet in deze flat. Dat heeft hij u zeker ook gezegd?”.

“Wij praten met allebei de buren, maar die gesprekken zijn vertrouwelijk”, zegt Karin. “Als wij met iemand spreken, met de buurman of met u, dan houden we wat we horen voor onszelf. Wij geven nooit informatie aan andere buren door. U kunt dus vrijuit met ons spreken. Mogen we misschien even binnen komen en horen wat u over de situatie te zeggen hebt?”.

Opgewekt vasthoudend

Mevrouw B. doet nog een stapje naar achteren, verder de hal in. Nee hoor, ze heeft het helemaal gehad met die man van beneden! Daar gaat ze geen energie meer in steken. “Hij verpest mijn woongenot”. “Door het gedoe met de buurman woont u hier niet zo fijn meer?”. Nee, telkens dat gezeur aan de deur. En in je eigen huis wil je toch een beetje kunnen leven! “Ik heb drie kinderen en die kan ik toch niet vastbinden! Kinderen maken nou eenmaal geluid”. Leon doet een heel klein stapje naar voren. “Voor u is de situatie dus ook helemaal niet prettig. Daar zouden we graag meer over horen. En als het nu niet goed uitkomt om met ons te praten, komen we graag een andere keer terug. Als het u wel schikt. Zegt u maar wanneer”. Mevrouw B. lijkt even verbaasd en geeft zich dan gewonnen. Oké, vrijdagavond zou wel kunnen. Hoe laat? Om een uur of acht? “Dan ziet u ons overmorgen weer. Tot dan”.

Het instrumentarium van Karin en Leon, van de buurtbemiddelaar, is onzichtbaar, maar doet feilloos zijn werk.

 

 

Tekst: Hanne Groenendijk, buurtbemiddelaar Rotterdam

Zelf interesse om bemiddelaar te worden? Zie de vacature via https://www.dock.nl/vacatures/vrijwilliger-buurtbemiddeling/ of neem contact op via 010 – 727 10 40

 

Meehelpen in de buurt?

Buurtgenoten kunnen elkaar altijd een handje helpen.

DOCK is altijd op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die kunnen helpen in de buurt. Dat kan bij van alles zijn: van boodschappen doen voor iemand, helpen bij het ordenen van de administratie tot het geven van computercursussen. Alle soorten vrijwilligers zijn van harte welkom.

Lees verder  

Ik wil mijn hulp aanbieden