Het bemiddelingsgesprek (2): van verleden naar toekomst

31-01-2017

In het bemiddelingsgesprek proberen we allerlei veranderingen te bereiken. Om dit inzichtelijk te maken, schrijven we een serie artikelen over deze omslagmomenten. In deel 2: van verleden naar toekomst.

 Graag snelle inzet

“Buur A. dringt aan op een snelle inzet van buurtbemiddeling; de situatie is aan het escaleren”. Zulke aantekeningen op het aanmeldingsformulier vragen om snelle actie. Direct nadat Frans het formulier in de mail heeft gekregen, belt hij met de familie A. voor een eerste afspraak. Wanneer kunnen hij en collega-buurtbemiddelaar Anita langskomen om het verhaal van familie A. te horen? “Vrijdagavond?”, vraagt meneer A.” Dan begint het weekend hè en elk weekend is het bal bij de buren. Merken jullie gelijk wat ons probleem is”.

Van de hemel in de hel

De familie B. woont in een smalle straat met rijtjeshuizen. Meneer B. heeft op de uitkijk gestaan. Terwijl Frans en Anita hun fiets op slot zetten, wacht hij hen op in de deuropening. “Kom er in”. In de gang staan twee paar schoenen: hele grote en smalle, kleine. “Zullen we onze schoenen uitdoen?”, vraagt Anita als ze de schoenen en de smetteloze hal ziet. Ja graag. Binnen zet meneer A. zich in een grote leunstoel bij het raam; de leren bank is voor mevrouw A. en de bemiddelaars. Meneer steekt direct van wal; wat hij te vertellen heeft zit hem duidelijk hoog. “Wij wonen hier nu 23 jaar, nooit geen last met de buren. Maar ja, dat was een oudere vrouw alleen. Die overleed vorig jaar en toen kwam dit gezin”. Meneer A. laat een stilte vallen, voor het effect. “Het was alsof we van de hemel terechtkwamen in de hel”.

Klereherrie

Vijf kinderen hebben ze, bij de buren. De jongste een jaar of 3, de oudste een jaar of 15. Ze zijn er niet allemaal de hele week. “Dat gaat zo tegenwoordig hè”. De twee oudste kinderen komen alleen in het weekend. En dan begint het: vanaf een uur of zeven op vrijdagavond is het raak. Je hoort de kinderen de trap op en af rennen, met deuren gooien, voetballen in huis. Er is harde muziek en af en toe gehuil. Het ergste is, dat het het hele weekend zo doorgaat. “Wat betekent dat voor u”, vraagt Frans aan mevrouw A. “We hebben allebei een drukke baan”, zegt mevrouw. “In het weekend wil ik rust. Bijkomen. Een beetje uitslapen. In plaats daarvan dreunen de buurkinderen me op zaterdagochtend mijn bed uit. Op den duur vreet dat aan je. Soms word ik er gewoon agressief van”. “Nou, laat dat ‘soms’ maar weg”, vult meneer aan. “Vanaf het moment dat ik vrijdags thuiskom, zit ik constant in de stress. Vind je het gek, met die klereherrie?”.

Een druk gezin

Als Anita en Frans daarna bij de buren aanbellen, duurt het even voor de deur open gaat. Ze wachten geduldig, want ze kunnen horen dat er mensen thuis zijn. “Sorry, ik dacht dat mijn zoon open zou doen”, verontschuldigt meneer B. zich, als de deur openzwaait. Hij staat in een hal vol met schoenen, een stapel jassen, een paar rollerskates. Frans legt uit waarom hij en Anita op de stoep staan. “Het hoeft niet nu, maar we zouden graag ook uw verhaal horen”. “Nou, laten we het dan maar meteen doen”, zegt meneer B. en hij roept naar zijn vrouw, ergens in huis: “Chantal, kom jij er ook even bij!”. Dat stemt hoopvol. Daarna, binnen, neemt mevrouw B. het woord: “De buren zijn al een paar keer aan de deur geweest. De laatste keer dacht ik dat de buurman me aan zou vliegen. Ze hebben last van de kinderen. Aan de ene kant kan ik me daar wel iets bij voorstellen, want we hebben een heel druk gezin. Maar aan de andere kant….”, zegt mevrouw B. en ze kijkt naar haar man. Hij neemt het verhaal over.

Echt wennen

“We zijn allebei gescheiden en na een hele moeilijke tijd wonen we hier voor het eerst samen. Doordeweeks met de drie kinderen van mijn vrouw, in het weekend ook met mijn twee zoons. Hartstikke fijn natuurlijk,” meneer kijkt lachend opzij, naar zijn vrouw, “maar ook erg wennen. Vooral voor de kinderen”. Omgaan met elkaar, huisregels, wie voedt wie op: dat moet allemaal nog groeien. Meneer en mevrouw B. snappen best dat hun gezin “flink geluid” maakt. Maar het zijn “leefgeluiden”: die horen bij het leven. Want kinderen bewegen nu eenmaal, die kun je niet vastbinden op een stoel. En van je vrije weekend mag je toch wel een beetje genieten?

Een beetje puzzelen

Het is even puzzelen voordat er een datum en een tijdstip voor een bemiddelingsgesprek zijn gevonden. Familie B. heeft een druk gezinsprogramma en de agenda van meneer A. en mevrouw B. is behoorlijk vol. Maar het is duidelijk dat beide buren hun best doen om een gaatje te vinden. Dat is alvast positief.

De sfeer ontspant

Aan het begin van het bemiddelingsgesprek, wanneer de buren en de bemiddelaars bij elkaar zitten in het zaaltje van het buurthuis, is de sfeer gespannen. Frans schenkt koffie en thee uit de thermoskannen op tafel en houdt de buren een schaaltje paaseitjes voor. “Ja, bizar hè. Tegenwoordig begint Pasen al in februari”, zegt hij met een lachje. “Gelukkig zijn het geen kerstkransjes”, zegt meneer A. “Of oliebollen”, zegt Anita. Er wordt gelachen; iedereen aan tafel ontspant een beetje.

Rust nodig

“Hartstikke fijn dat u er allemaal bent”, opent Anita het gesprek, “en dat u de moeite heeft genomen om uw agenda voor vanavond vrij te maken!”. Ze kijkt de tafel rond. “Wie mag ik het woord geven?”. Zoals zo vaak is dat buur A, degene die vanwege ervaren overlast buurtbemiddeling heeft ingeschakeld. “Het gaat over de herrie die jullie maken, maar dat zal geen verrassing zijn. We hebben jullie gevraagd of het minder kan, beleefd en minder beleefd, maar jullie gaan gewoon door!”. En wat zuur voegt hij er aan toe: “Is het nou echt zo moeilijk om rekening te houden met je buren?”. “Wat betekent het voor u, die herrie die u ervaart?”, vraagt Frans. “Dat ik op vrijdagmiddag met chagrijn in mijn lijf naar huis ga. Dan ben ik moe van een week hard werken en weet ik tegelijkertijd dat ik thuis niet kan ontspannen. En dan ben ik bang dat die herrie het hele weekend gaat duren en dan word ik nog chagrijniger”. Mevrouw A. haakt in: “We worden een dagje ouder. Dan heb op z’n tijd je rust nodig, anders is het niet vol te houden”.

Gezelligheid bewaren

Anita keert zich naar de familie B. “Wat zou u willen zeggen?”. Meneer en mevrouw B. kijken elkaar aan. Alsof ze even afstemmen hoe ze zullen antwoorden. Dan zegt mevrouw B., terwijl ze haar buurvrouw aankijkt: “We hebben allebei een scheiding achter de rug. Dat was een nare tijd. En nu is het vooral een spannende tijd. Want een samengesteld gezin, zoals het onze, blijft toch altijd een beetje een gok. Gaat het werken? En voelen alle kinderen zich er prettig bij?”. Meneer B maakt het nog wat duidelijker: “Mijn jongens komen alleen in het weekend en dan wil je dat ze het hier naar hun zin hebben, dat ze graag komen”. En natuurlijk zeggen ze regelmatig dat de kinderen wat zachter moeten doen, maar ja, je kunt niet de hele tijd verbieden. Het moet ook een beetje gezellig blijven.

Wat onderling begrip

“Als ik het goed begrijp is uw belangrijkste wens: meer rust”, vat Frans meneer en mevrouw A. samen. “In elk geval op vrijdagavond, als u moe thuis komt. Klopt dat?”. De familie A. knikt eensgezind. “En u”, Frans kijkt naar de andere kant van de tafel, “wil graag een beetje leefruimte voor uw nieuwe gezin. Hoorde ik dat goed?”. Ja, dat klopt. Meneer B. leg uit wat hij daarmee bedoelt: “Het zou fijn zijn als jullie – hij kijkt naar de buren – niet steeds komen klagen. We snappen heus wel dat we rumoerig zijn. Maar dat doen we niet met opzet, echt niet. Hou maar eens vijf kinderen stil die blij zijn dat ze elkaar na een paar dagen weer zien! Want ze zijn inmiddels wel gek op elkaar hè”, zegt Meneer B. Mevrouw A. lijkt zijn trots daarover aan te voelen: “Dat is mooi, na zo’n korte tijd”, zegt ze,

Een paar afspraken

Nu er wat onderling begrip lijkt te ontstaan, doet Frans een stapje op weg naar afspraken. “We hebben uitgebreid gesproken over de situatie tot nu toe. Zullen we nu eens naar de toekomst kijken? Ja? Dan heb ik een vraag voor de familie B. Hoe zou u meneer en mevrouw A. tegemoet kunnen komen in hun belangrijkste wens: rust op vrijdagavond? En dan zo, dat het voor uw gezin gezellig blijft?”. “Dan moeten we misschien juist op vrijdagavond iets rustigs doen, met z’n allen”, oppert mevrouw B. “Bijvoorbeeld samen een leuke film kijken, als de kleintjes naar bed zijn”. En misschien zijn er nog andere mogelijkheden. Ze zullen het ook eens met de kinderen zelf bespreken.

“En meneer en mevrouw A, hoe kunt u de buren een beetje leefruimte geven en tegelijkertijd zorgen dat u wat minder last van ze ervaart?”. “Ik kan wel eens kijken naar een paar draadloze koptelefoons”, zegt meneer A. “Dan hebben we onze rust wat meer in eigen hand”.

Streep eronder en opnieuw beginnen

“En wat betreft de rest van het weekend, na de vrijdagavond: dat gaan we thuis ook eens bespreken”, zegt meneer B. met een lachje. “Hoe kunnen we het gezellig hebben met minder herrie”. “Wij hebben speciale dempende vloerbedekking op de trap. Misschien is dat ook iets voor jullie? Kom anders een keertje bij ons kijken. Drinken we er samen een biertje op”. De spontane uitnodiging van mevrouw A. komt als een verrassing. “Is het wat u betreft akkoord dat we nu het gesprek afronden”, vraagt Anita. “Ja, wat mij betreft is het nu: streep eronder en opnieuw beginnen”, zegt Meneer A.

Na het gesprek schudden ze elkaar allemaal de hand. De overgebleven paaseitjes op tafel worden eerlijk gedeeld.

 

Hanne Groenendijk, buurtbemiddelaar Rotterdam

 

Zelf interesse om bemiddelaar te worden?  Zie de vacature op  https://www.dock.nl/vacatures/vrijwilliger-buurtbemiddeling of neem contact op via 010 – 727 10 40

 

Meehelpen in de buurt?

Buurtgenoten kunnen elkaar altijd een handje helpen.

DOCK is altijd op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die kunnen helpen in de buurt. Dat kan bij van alles zijn: van boodschappen doen voor iemand, helpen bij het ordenen van de administratie tot het geven van computercursussen. Alle soorten vrijwilligers zijn van harte welkom.

Lees verder  

Ik wil mijn hulp aanbieden