Het bemiddelingsgesprek (1): van beschuldiging naar begrip

20-01-2017

Karin en Chris schikken alvast de stoelen rond de tafel voor het bemiddelingsgesprek straks. Ze zorgen ervoor dat zijzelf iedereen aan tafel goed kunnen zien. En dat de buren die ruzie hebben, niet pal tegenover elkaar komen te zitten. Dat zou de gemoederen misschien nog verder verhitten. Want buur A. en buur B. kunnen elkaar letterlijk niet luchten of zien. Het belooft een pittig gesprek te worden tussen die twee.

Vreselijke stank

Buur A. vertelde Karin en Chris, toen ze bij hem langskwamen, dat hij last heeft van een vies chemisch luchtje dat bij buur B. vandaan komt. Buur B. gebruikt iets in zijn voor- en achtertuin wat zoveel stank geeft, dat A. het overal ruikt. Buiten en binnen. Zelfs de jassen aan zijn kapstok raken langzamerhand doordrenkt van die nare geur. Op een avond is A. boos gaan aanbellen bij B. “Je moet onmiddellijk ophouden met dat smerige spul!! Die stank is niet te harden en je vergiftigt de hele buurt”, had hij geroepen. “Jij hebt niks te maken met wat ik in mijn eigen tuin doe. Sodemieter op!”, antwoordde B. Na wat schelden over en weer was het bijna een vechtpartij geworden, daar aan de voordeur.

Ongedierte

Buur B. was er eerst niet zo happig op om de bemiddelaars zijn kant van het verhaal te vertellen. “Maar we willen graag horen hoe ú de situatie ziet”, legde Karin uit en tenslotte mochten ze toch binnenkomen. “Ik woon hier nu anderhalf jaar”, zei buur B., “en eerst had ik het niet zo in de gaten, maar in de tuin wemelt het van ongedierte. Torren, muizen, slakken, vliegen, mieren. Ik heb zelfs een keer een rat gezien. En daar hou ik absoluut niet van, want die beesten kunnen allerlei ziektes verspreiden. En voor je het weet komen ze je huis in”. Daarom had B. op internet gezocht naar een effectief middel en dat had hij gevonden. Ja, het rook niet lekker, maar dat was juist de bedoeling. A. moest niet zo zeuren en zich vooral met zijn eigen zaken bemoeien.

Benauwdheid

Tegen het afgesproken tijdstip voor het bemiddelingsgesprek komt eerst buur B. binnen, diep in zijn winterjas gedoken. Die houdt hij aan, terwijl het niet koud is in het zaaltje. Even later schuift buur A. aan. De bemiddelaars krijgen van hem een hand. Buur B. slaat hij over. Chris stelt na een korte inleiding de eerste vraag: “Wie van u mag ik het woord geven om te vertellen wat er aan de hand is?”. Buur A. steekt onmiddellijk van wal. Hij vertelt in korte, kwaaie zinnen hoe de stank die bij buur B. vandaan komt, zijn woonplezier vergalt. Lekker buiten zitten of een sigaretje roken in de achtertuin kan niet meer: dan verga je van de stank. En zijn gezin lijdt er ook onder. “Kunt u dat wat verder uitleggen?”, vraagt Karin. “Nou, mijn dochter van 13 heeft een vorm van astma. Een rotziekte hoor! Als we die vieze lucht weer ruiken, weten we al wat er gaat gebeuren. Dan krijgt ze het extra benauwd en moet ze extra medicijnen nemen”. Boos kijkt A. over de tafel naar B. “Dus ik wil dat je onmiddellijk stopt met die gore troep!”.

Paniek

Buur B. heeft het verhaal van A. wat onrustig aangehoord. Hij speelt zenuwachtig met het suikerzakje dat hij bij zijn kop koffie kreeg. Wanneer hij het woord krijgt, moet hij eerst even slikken. “Ja, dat wist ik natuurlijk niet”, zegt hij dan. “Ik heb gewoon het sterkste ongediertebestrijdingsmiddel gekocht dat er bestaat. Want als ik ergens de pest aan heb, dan zijn het insecten, muizen en ratten. En daar zit mijn tuin vol mee”. Boven het boordje van zijn overhemd kruipen rode vlekken omhoog. Karin merkt het en vraagt:”Wat doet het met u als u zulke beesten in uw tuin ziet?”. B. buigt zijn hoofd een beetje en kijkt naar zijn handen op het tafelblad. Ze horen hem zachtjes zeggen: “Ik heb een fobie voor insecten en muizen. Als ik ze zie, raak ik in paniek”. De mededeling blijft even stil boven tafel hangen. “Ja, en dat wist ìk dan weer niet”, zegt A. De eerdere boosheid en verontwaardiging in zijn stem zijn verdwenen.

Samen een oplossing zoeken

Hierna lijkt het ineens een beetje lichter in de ruimte. Buur B. doet zijn jas uit en A. zit niet langer met zijn armen over elkaar. “Die paniek: dat is vast geen feestje voor je”, zegt A. en B. zegt: “Het lijkt me voor jullie ook niet makkelijk: zien dat je kind het benauwd heeft”. Karin stelt de vraag die allebei de buren al aan voelden komen. Hoe kunnen ze ervoor zorgen dat het ongedierte uit de tuin van B. wegblijft zonder dat het gezin van A. er last van heeft en zonder dat A’s dochter het benauwd krijgt? “Zal ik een keer bij je langskomen zodat we samen op internet kunnen zoeken?”, stelt A. voor. “En dan bekijken we voor elk middel direct of mensen met ademhalingsproblemen er geen last van krijgen”. B. vindt het een prima plan. “Nemen we er een pilsje bij en dan moet het goed komen”.

Als het gesprek is afgerond, geven A. en B. de bemiddelaars een hand. “Bedankt en laten we hopen tot nooit meer ziens”, grapt A. Daarna zien Karin en Chris hoe de buren elkaar de hand schudden. Missie volbracht.

Hanne Groenendijk, buurtbemiddelaar Rotterdam

Zelf interesse om bemiddelaar te worden? 
Zie de vacature op  https://www.dock.nl/vacatures/vrijwilliger-buurtbemiddeling
of neem contact op via 010 – 727 10 40

Meehelpen in de buurt?

Buurtgenoten kunnen elkaar altijd een handje helpen.

DOCK is altijd op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die kunnen helpen in de buurt. Dat kan bij van alles zijn: van boodschappen doen voor iemand, helpen bij het ordenen van de administratie tot het geven van computercursussen. Alle soorten vrijwilligers zijn van harte welkom.

Lees verder  

Ik wil mijn hulp aanbieden