Het bemiddelingsgesprek (4): de laatste checks

12-06-2017

De spanning neemt af

Jacco, de buurtbemiddelaar, kan het zien als hij de tafel rondkijkt. De spanning tussen de buren A., witte Rotterdammers van eind vijftig en de buren B., Turkse Nederlanders van midden dertig, is wat geluwd. Meneer A. heeft zijn armen niet langer over elkaar gevouwen en de rode vlekken in de hals van mevrouw A. zijn weggetrokken. Mevrouw B. is gestopt met het driftig vouwen van een leeg suikerzakje. Haar handen liggen nu rustig op tafel.

 

Over en weer wat meer begrip: de weg lijkt vrij

In het bemiddelingsgesprek van die middag, in het warme zaaltje van het buurthuis, is veel besproken. Meneer A. heeft verteld hoeveel last zijn vrouw, door haar astma, heeft van het barbecueën door de buren in de achtertuin. Onbegrijpelijk dat ze daar geen rekening mee houden, terwijl hij er zo vaak over heeft geklaagd! Hij legde uit wat het voor zijn vrouw en daarmee ook voor hem betekent: “Je zou haar eens moeten zien als ze de rook van de barbecue op haar longen slaat. Zo benauwd als ze dan wordt. Dat is vreselijk om mee te maken”.

Ook mevrouw B. luchtte haar hart. De manier waarop meneer A. haar aansprak, had ze als kleinerend en autoritair ervaren. Wijdbeens en dreigend stond hij in haar deuropening en eiste hij dat ze met barbecueën zouden stoppen. “Hoe zou je het zelf vinden als iemand zo tegen je sprak, in je eigen huis?”, vroeg mevrouw B. op scherpe toon.

Na deze uitwisseling ontstond er langzamerhand, over en weer, wat meer begrip. Nee, dit was natuurlijk nooit de bedoeling geweest, zeiden ze om beurten. Het verleden lijkt voldoende besproken. De buren kunnen op weg naar de toekomst.

 

Toch nog iets op te ruimen

Of toch niet? Het valt Veronica, de andere buurtbemiddelaar, ineens op: meneer B. heeft een flinke frons tussen zijn wenkbrauwen. “Ik zie u fronsen”, zegt Veronica. “Ik heb de indruk dat u nog iets dwars zit. Heb ik dat goed?”.

Alsof hij met ongeduld op deze vraag gewacht heeft, zegt meneer B. onmiddellijk: “Ja, er zit mij zeker nog iets heel erg dwars!”. Hij richt zich naar meneer A.: “De laatste keer dat je bij ons aan de deur kwam om te klagen, stuurde je daarna de politie op ons af. De politie! Daar heb ik mijn hele leven nog niet mee te maken gehad! Alsof ik een crimineel ben”. Even valt er een stilte. “De politie aan de deur: dat voelde als een belediging voor u?”, vraagt Jacco. “Als een grove belediging”, herhaalt meneer B. direct.

Veronica neemt het stokje over en zegt tegen meneer A: “Het lijkt alsof u daarvan schrikt”. “Ja sorry”, mompelt meneer A. “Ik was het zó zat. Ik had jullie al zó vaak gevraagd om rekening met ons te houden, maar er veranderde niks. Toen heb ik de wijkagent gebeld. Ik zag geen andere oplossing meer”. “De politie bellen was voor u een laatste oplossing”, vat Veronica samen. “Het was niet uw bedoeling om uw buren te schande te maken, te beledigen, begrijp ik. Ik hoorde u ‘sorry’ zeggen?”. “Ja, sorry”, herhaalt meneer A., terwijl hij meneer B. aankijkt. “Oké, excuses aanvaard”, zegt meneer B., nog een beetje stuurs.

 

Omgaan met verschillende wensen

Het is tijd voor het zoeken naar nieuwe oplossingen. Er liggen twee wensen op tafel: de buren B. willen af en toe met vrienden en familie gezellig barbecueën, de buren A willen geen last hebben van de voor mevrouw A. verstikkende rook. “Wat zouden oplossingen kunnen zijn die aan beide wensen tegemoetkomen”, vraagt Jacco.

“In de zomer gaan we vaak in het weekend naar onze stacaravan in Renesse”, zegt mevrouw A. “Als jullie op die dagen barbecueën, hebben wij er geen last van”. “Als je dan even van te voren laat weten wanneer jullie weg zijn…. Dat zou fijn zijn”, zegt mevrouw B. “En omgekeerd”, vult mevrouw A. aan: “Zeg het even als jullie van plan zijn om te gaan barbecueën. Dan kunnen wij eventueel naar de camping gaan”. De sfeer wordt steeds constructiever. Ook meneer B. doet een duit in het zakje: “Ik kan wel eens op internet kijken of er manieren zijn om de barbecue minder te laten roken. Of misschien kunnen we hem beter ergens anders in de tuin zetten. Dan vraag ik mijn vader wel om te helpen. Die werkt in de bouw”.

 

Een andere manier van aanspreken

Daarna leiden de bemiddelaars het gesprek naar de laatste fase. Stel dat er de komende weken of maanden weer iets voorvalt tussen de buren. Iets wat een van de buren vervelend vindt. Hoe zouden de families A. en B. elkaar dan willen aanspreken?

“Gewoon: even aanbellen”, zegt meneer B. “En hoe zou u dan graag willen dat zo’n gesprekje verloopt?”, vraagt Jacco. Daar heeft mevrouw B. een duidelijke mening over: “Mij kun je altijd wat vragen, maar je moet me niet komen vertellen wat ik moet doen. Opdrachten neem ik niet aan”, zegt ze met een lachje. “En”, ze richt zich tot meneer A., “als je zo woedend bent als laatst, valt er niet rustig met je te praten. Dan praat ik liever met je vrouw”. Inderdaad: dat lijkt beide buren een beter idee.

“En u”, Jacco wendt zich naar meneer A, “hoe wilt u dat de buren u aanspreken als er iets is?”. “Ook gewoon even langskomen. Maar niet meer na 9 uur ’s avonds, want dan zijn we naar bed aan het gaan. En als het iets dringends is kan het ook met een sms’je of een app. Hebben jullie trouwens onze mobiele nummers?”.

Het gesprek loopt ten einde. Een laatste check: heeft iedereen alles gezegd wat hij of zij wilde zeggen? Jacco kondigt aan dat hij en Veronica de buren over vier weken zullen bellen met de vraag hoe het dan gaat. Hoe is het contact? Werken de afspraken?

“Ik wens u allemaal een prettige en rustige zomer”, zegt Veronica tot besluit. De buren knikken instemmend. “Dat gaat wel lukken”, zegt meneer A. en hij geeft, terwijl hij de deur uitgaat, meneer B. een klopje op diens schouder. Mevrouw A en mevrouw B. gaan nog snel op zoek naar het damestoilet. “Hier naar links”. Mevrouw B wijst mevrouw A. de weg. Ze haasten zich door de gang. Samen.

 

Hanne Groenendijk, buurtbemiddelaar Rotterdam

 

Zelf interesse om bemiddelaar te worden?  Zie de vacature op  https://www.dock.nl/vacatures/vrijwilliger-buurtbemiddeling of neem contact op via 010 – 727 10 40

Meehelpen in de buurt?

Buurtgenoten kunnen elkaar altijd een handje helpen.

DOCK is altijd op zoek naar enthousiaste vrijwilligers die kunnen helpen in de buurt. Dat kan bij van alles zijn: van boodschappen doen voor iemand, helpen bij het ordenen van de administratie tot het geven van computercursussen. Alle soorten vrijwilligers zijn van harte welkom.

Lees verder  

Ik wil mijn hulp aanbieden